25 jaar HSG Jeugdtoernooi

Ieder jaar wordt op de zondag voor het HSG Open het Jeugdtoernooi van HSG gespeeld. Dit toernooi trekt jaarlijks veel jonge schakers uit Midden-Nederland en soms een eind daarbuiten. Na verschillende locaties in Hilversum te hebben aangedaan wordt het sinds 2014 in het Pinetum Blijdenstein gespeeld. Aanleiding daartoe was de 100e sterfdag van de oprichter van deze naaldbomentuin, Benjamin Blijdenstein, die eind 19e eeuw een van de sterkste schakers van Nederland was én lid van HSG. Te midden van een prachtige coniferenverzameling strijden tientallen ambitieuze en recreatieve jonge schakers om een speciale trofee: een grote pion, gedraaid uit het hout van een van de eigen bomen. Dit jaar stond het toernooi alweer voor de 25e keer op de agenda, een mooie mijlpaal. Wedstrijdleider Sito de Jong en mede-organisatoren Frits Wagenvoorde en Gabri van de Schootbrugge blikken terug.

Wie heeft het initiatief genomen om het eerste HSG Jeugdtoernooi te organiseren en wat was de aanleiding?

Sito: Toenmalig jeugdleider Herman van Engen begon met zowel het HSG jeugdtoernooi als het schoolschaken. Waarschijnlijk is het ooit begonnen als een klein intern jeugdtoernooi. Herman deed het in die tijd vrijwel geheel alleen. Het was de tijd dat ik met mijn zoon en dochter naar de schaakclub ging, en hij vroeg me vrijwel gelijk mee te helpen, ik was zijn eerste hulpje. 

Sinds 2014 is het Pinetum Blijdenstein gastheer van het toernooi. Is het niet begonnen in het Alberdingk Thijm College? Op welke andere locaties is er gespeeld?

Gabri: Het ATC was niet het eerste, daarvoor zaten we in de Violenschool. En toen hebben we ook nog een keer op een HSG -locatie gezeten, in het bejaardenhuis op de Van Riebeeckweg, het Gooiers Erf. Het kan best zijn dat we daarna naar het Pinetum zijn gegaan.

Sito:  De eerste edities waren in Groot Goylant. Aangezien we het toernooi op zondag wilden houden (wegens de vele concurrerende sportactiviteiten op zaterdag), en de aula van Groot Goylant dan niet beschikbaar was, werd uitgeweken naar het Alberdingk Thijm College. We kregen ook zoveel deelnemers, het was zo’n groot succes, dat het ATC een van de weinige locaties was waar het überhaupt kon. 

Verschilt het huidige toernooi met de eerste edities? Wat is er anders?

Sito: Het systeem is het meest veranderd. Vroeger hadden we groepen, op leeftijd ingedeeld. Als er een iemand veel sterker was, zoals Robin van Kampen, dan won hij alle 12 partijen. Toen had je nog geen eigen programma maar we werkten met groepsschemas’ om in te delen. Sinds 15 jaar of zo werken we met een grote groep, Zwitsers. Zodat jongere, sterkere spelers ook hoog kunnen eindigen. Nu hebben we ze opgedeeld in twee leeftijdscategorieën, de jongeren doen gewoon mee in de totaalgroep, maar de beste jongere krijgt ook een prijs. De eerste ronde delen we in op leeftijd, en daarna gewoon Zwitsers.

Gabri: In het begin zaten we in klaslokalen, dat was behelpen, dat was toch wel lastig hoor. Je moet het hele klaslokaal ombouwen, je loopt veel te slepen. Het Pinetum is misschien wel een van de meest unieke locaties in Nederland. Ik kan me niets herinneren dat qua omgeving dit niveau heeft.

Frits: Ik ben er nog maar een jaar of tien bij. Het toernooi was toen wel hetzelfde. Sito is goed met indelen, ik hoefde alleen de aankondigingen te doen. Sito zit liever achter de computer en spreekt liever de meute niet toe, daarom heeft hij mij erbij gehaald.

Hoe is het met het deelnemersaantal? Is het toegenomen?

Sito: De laatste 10 jaar weer. In het begin was het heel hoog, toen zaten we boven de 100. Daarna is het flink ingezakt, het was rond de 20 steeds. De laatste jaren neemt het weer toe.

Wat zijn je meest gedenkwaardige momenten uit 25 jaar Jeugdtoernooi?

Gabri: Spelers die binnen heel korte tijd, na één, twee, jaar, gewoon hele sterke spelers zijn geworden. Dat is wel heel grappig. Bijvoorbeeld van recente tijd Roger Labruyère. 

Die liep hier rond met een grote zak chips en een fles cola en ik dacht: nou, dat wordt helemaal nooit wat. Maar die was twee jaar later al boven de 2100. Hoe oud hij toen was? Ik denk dat hij een jaar of twaalf was of zo. Op zijn veertiende speelde hij al 2e of 1e klasse KNSB. Dat zijn hele grappige dingen

Sito: Het is leuk als je achteraf al die goede spelers ziet, zoals Robin van Kampen.

Frits: Er was een keer een gedeelde eerste plaats tussen Wouter Terlouw en Daniël Nijhuis, die moesten toen een ‘sudden death’ spelen, dat was heel spannend. Wouter stond veel beter, maar hij liet zich toch flessen door Daniel. De tranen stonden bijna bij hem in de ogen. En verder heb je natuurlijk de kindertjes die moeten huilen als ze verliezen, dat vind ik aandoenlijk. Er zijn natuurlijk ambitieuze kindertjes maar ik heb meer een zwak voor, zeg maar, de doorsnee kindertjes.

Dit jaar vond ik het ook wel een gedenkwaardig toernooi. Omdat het de 25e keer was heb ik een beetje gezeurd om extra budget (en gekregen), voor hele mooie vaantjes. De standaard vaantjes zijn zo obligaat. En we hadden natuurlijk onze mini tompouces met opdruk van het HSG jeugdschaaktoernooi.

Hoe gaan de komende 25 jaar jeugdtoernooi eruitzien?

Sito: haha! Ik hoop dat we op dezelfde voet doorgaan. Of ik er nog wel zin in heb? Nou, in het begin deden mijn kinderen mee. Ik heb nu een kleinzoon van vijf, ik hoop dat die volgend jaar mee gaat doen. Ik ben hem schaken aan het leren met de stappenmethode. Of hij het talent van zijn grootvader heeft? Dat moet nog even blijken, hahaha.

Maar iedereen vindt het altijd een heel gezellig toernooi, we doen iets goeds, waarschijnlijk? Het Pinetum is natuurlijk hartstikke mooi, het weer is nu wat minder, maar het is een prachtige locatie.

Gabri: Nou, hetzelfde, denk ik? De succesformule moet je niet doorbreken met allerlei rare fratsen. Als iets goed werkt moet je het gewoon zo laten! En niet proberen het nóg beter te maken, want dan gaat het meestal fout. We hebben ook een goede vrijwilligersploeg.

Frits: Ik denk een beetje hetzelfde, maar ik denk dat we voor deze locatie aan de top zitten voor wat we kunnen herbergen aan mensen. Als het mooi weer is kun je wel meer tafels erbij zetten. Maar op een gegeven moment ging het hard regenen, en konden we met 60 mensen, met ouders erbij, nog droog zitten. 

Of ik zou willen groeien? Dan moet je naar een andere locatie, en ik vind de locatie zo speciaal. En we hebben ook een leuke samenwerking met de mensen van het Pinetum. En die prijs, die pion gedraaid van hout, vind je ook nergens. En wat ik ook heel leuk vind, als je bij de A-groep op het HSG open langs de tafels loopt, zie je een paar kinderen zitten die vroeger bij het jeugdschaaktoernooi zaten. Roger Labruyere, die was meteen al goed en fanatiek. Die pik je er dan toch wel uit. Zijn broertje speelde ook nog mee.

We krijgen ook heel leuke reacties van ouders in de mail, zoals “Mijn zoon vond het het allerleukste schaaktoernooi ooit”.

Je ziet ook wel vaak een beetje autistische kindertjes. Die hebben iets kwetsbaars wat me dan een beetje aanspreekt. Als jeugdleider heb ik meegemaakt dat er een vader kwam met een behoorlijk autistische zoon. Dan zie je ook een beetje de wanhoop van zo’n vader. Die wilde heel graag dat het kind bij de schaakclub kwam. Maar die was zo in zichzelf gekeerd, die jongen, dat lukte gewoon niet. Dat vond ik heel zielig. Schaken heeft ook iets heel erg sociaals, voor kinderen. Ik vind het het leukste om me in te spannen voor kinderen die het moeilijk hebben, of kinderen uit een beetje een achterstandswijk, die probeer ik te stimuleren, erbij te betrekken. Dat vind ik leuk aan het jeugdtoernooi en het jeugdschaak. Kinderen van alle soorten en maten kunnen leuk tegen elkaar spelen. Ze leren veel van de omgang met elkaar. Zo draag ik een steentje bij aan de jeugd.

Sito: Gabri mag je trouwens ook een pluim geven, die zorgt een beetje voor de jeu met zijn prijsjes voor iedere ronde voor allerlei gekke dingen (Noot van de schrijver: Gabri geeft iedere ronde een prijsje zoals een t-shirtje of hoedje aan de speler die het eerst een bepaalde opdracht heeft verricht, zoals mat zetten met een loper of een pion of stikmat geven)

Ik mag je een pluim geven, Gabri

Gabri: Nou ja, de rondeprijsjes zijn een onderdeel geworden van dit toernooi en het is altijd erg grappig dat kinderen op die prijsjes gaan spelen. Dat ze niet op winst maar bijvoorbeeld op stikmat gaan spelen. Ja, dat heb ik zelf bedacht.

Zo lijkt het jeugdtoernooi langzaam uit te groeien tot de status van evergreen, net als de naaldbomen in het Pinetum die hun bladeren niet verliezen. Op naar de volgende 25 jaar tafels erbij zetten, chips en cola, stikmatjes, en natuurlijk kinderen van alle soorten en maten die leuk tegen elkaar spelen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *