Een zwervend bestaan

HSG heeft met Hotel Gooiland knipperlichtrelatie

Een clublokaal neemt voor een schaakclub een belangrijke plaats in, onontbeerlijk voor de clubavonden, voor de opslag van het materiaal: borden, klokken en stukken. Ideaal is natuurlijk een geheel eigen thuisbasis, maar dat is slechts voor weinig schaakverenigingen weggelegd. Huren van speelruimte is dan de enige oplossing.
Zaalhuur is meteen ook de grootste kostenpost op de begroting, en dus medebepalend voor de hoogte van de contributie, die zich grofweg via de volgende formule laat vaststellen:
Kosten / aantal leden = contributie.

Een hogere zaalhuur leidt meestal tot een hogere contributie. Een hogere contributie kan leiden tot een lager ledental. Een lager ledental kan leiden tot een hogere contributie. Zo simpel is het eigenlijk.
Het mag geen verwondering wekken dat het HSG in zijn 125-jarig bestaan een zwervend bestaan leidt. Rigoureuze verhogingen van de zaalhuur dwingen de schakers er meerdere keren toe te verkassen naar een goedkopere speelgelegenheid.

In haar beginjaren is de schaakclub een echte hotelhopper, waarbij de knipperlichtrelatie met Hotel Gooiland meteen opvalt. Hier staat in 1887 de wieg van de club, maar na dertien  jaar kunnen  de schakers vertrekken. HSG keert daarna  zes keer naar Hotel Gooiland terug, om zich vervolgens weer op straat te laten zetten of uit eigener beweging weer te vertrekken.

In 1963 speelt de club er voor het laatst. De geschiedenis van HSG is daarom ook een beetje de geschiedenis van Hotel Gooiland: wisselende eigenaren, sloop en nieuwbouw en alles wat daarmee samenhangt voor de schakende gasten die eigenlijk niets meer wensen dan: tafels en stoelen, kastruimte en de beschikbaarheid van versnaperingen, vooral (verse) koffie. Clubhistoricus Adri Plomp heeft zich uitputtend in de clublokalen van HSG verdiept. Gedetailleerde informatie hierover, en en passant ook over de geschiedenis van Hotel Gooiland, is te vinden op onze website.

Na 1945 biedt niet meer uitsluitend de horeca onderdak aan HSG, dat de meeste hotels overigens wel overleeft: hotel  Wilhelmina, hotel De Gouden Leeuw, hotel Emma, hotel Central,  hotel du Commerce, ze bestaan niet meer.
Verenigingsgebouwen, kerkgebouwen, de leeszaal en later scholen bieden de Hilversumse schakers na de Tweede Wereldoorlog onderdak, waarbij de zetten zich zullen herhalen: drastische huurverhogingen maken dikwijls een einde aan de relatie: 22 verhuizingen in 125 jaar (zie kader).
Waaraan moet een clublokaal van een schaakclub voldoen? Tegenwoordig is de bereikbaarheid en parkeergelegenheid een van de belangrijkste criteria. Andere belangrijke punten zijn de betaalbaarheid, sfeer, kwaliteit van de accommodatie en verlichting, vooral gezien de gevoeligheid van schakers voor stilteverstoringen. En natuurlijk een bar.
Als we in vogelvlucht de clublokalen van HSG langs de meetlat van Betaalbaarheid & Kwaliteit van de Accommodatie leggen, komen we wel enkele bijzonderheden tegen:

Betaalbaarheid:
Exit uit Hotel Gooiland in 1899 na conflict over huurverhoging. Een paar jaar later zit het mee: Hotel Emma lokt de club in 1903 om er gratis te komen spelen. De meest drastische contributieverhoging doet zich in 1980 voor in de toenmalige Chr. HTS aan de Kolhornseweg. Op grond van een woekerbeschikking van het ministerie van Economische Zaken, die geldt voor alle gebouwen met rijkssubsidie, gaat de zaalhuur voor HSG omhoog van 34 naar 114 gulden per avond! Dat kan bruin niet trekken. Exit HTS.

Accommodatie:
In 1900 verhuist HSG naar hotel Wilhelmina, met een briljant onderhandelingsresultaat:
“De verhuurder draagt zorg voor en belast zich met het bewaren van de eigendommen van het Genootschap; hij zorgt voor het gereed staan van schaakborden en doozen, benevens klokjes bij den aanvang van den schaakavond en zoo noodig met het weder wegbergen”. Dat zijn nog eens tijden!
Minder mooi is de accommodatie zelf: wie in de winter dicht bij de kachel zit, heeft het snikheet, wat verderop houden de spelers de winterjas aan.
In het Hof van Holland had de club het in 1918 redelijk voor elkaar: “Immers, sinds een jaar is de club gevestigd in het Hof van Holland en al heeft ze zoogenaamd een eigen lokaal, meestentijds waren de bijeenkomsten er bezijden, in de gezellige ruimte, waar billardballen klotsen, kaarten worden geschud, kranten gelezen, een praatje wordt gemaakt en ieder willekeurig bezoeker naar het lichaam gelaafd en voor zoover ze er zijn met spijzen wordt verzadigd. Dit alles op voor het spel weinig hinderlijke manier. Afgaande op de ontstentenis aan klachten, mag geboekstaafd, dat het den Heeren ondanks de tijdsomstandigheden niet onwelkom is in het Hof zulk een aangenaam onderkomen te hebben gevonden”, schreef  De Ruwe in zijn jaarverslag.
Het spelen in verzorgingshuis Gooierserf  is ook apart, zoals een bezoekende vereniging in 2011 ervaart, blijkens het verslag van Herman Grooten van de wedstrijd HSG – Stukkenjagers: “Regelmatig verschijnen er wat oude mensjes op rollators en in rolstoelen in de gang en zij kijken verstoord op als zij die schakers daar zien turen naar de schaakborden. Ze kunnen er niet goed langs met hun looprekjes. (…) Een paar andere schakers duwen tafel en stoelen naar achteren en nu kunnen de dames er eindelijk langs. De dame, die kennelijk niet op haar mondje is gevallen, roept nog even achterom als zij voorbij het ‘obstakel’ is: “Wel eerlijk spelen, hè?”

Graag verwijs ik ook naar de zeer uitgebreide en fraaie pagina van alle HSG speellokalen inclusief foto’s op de HSG website. Het verslag is gemaakt door Adrie Plomp en later aangevuld en op de website geplaatst door Henk Cornelissen. Zie deze link.

Wim van der Wijk

Clublokalen