Hoofdstuk 26 – Jos Timmer

Ik had mijn tegenstander
heel aardig in bedwang.
Mijn been lag op het schaakbord
al vele uren lang.
Mijn voet hield ik strategisch
vlakbij zijn vrijpion,
zodat hij met dat kleinood
niet promoveren kon.
Toch heb ik nog verloren,
daar in dat schaakcafé.
Om voet bij stuk te houden,
dat valt nog lang niet mee.

Typisch Jos. Logica tot in het absurde doorvoeren, dat is humor. Deed Monty Python ook. Jos hield alles ook graag simpel, hij was de vleesgeworden rechtdoorzee. Zo was hij en zo handelde hij. ‘Voor Hans’, staat er alleen maar in zijn schaakgedichtenbundeltje Denkend aan Schaken.

We hebben veertien jaar intensief samengewerkt. Ik had meer dan veel respect voor Jos. Dat was er nog niet bij onze allereerste kennismaking maar dat groeide snel. Ik zat in Groningen in 1978 en er kwam iemand op me af die vroeg: “Zou jij een wekelijks radioprogramma willen maken over de schaakwereld?”. Ik reageerde lauw met vragen als ’hoeveel weken is dat?’ en opmerkingen als ‘maar kan ik dan nog toernooien spelen?’. Jos heeft me dat later meer dan eens fijntjes onder de neus gewreven, ‘je was niet enthousiast en ik reed toen niet met een goed gevoel terug naar Hilversum’.

V.l.n.r. Jos Timmer, Hans Böhm, Boris Spasski, Martin Vael en Jan Timman in de KRO-studio in 1983.

Toen Man en Paard eenmaal begon te lopen smolten alle bezwaren in recordtempo weg en maakten plaats voor veel meer positieve gevoelens. Jos bleek een regisseur die het beste uit je naar boven haalde. Omdat hij zich altijd tot in de puntjes, en met plezier en met gevoel, voorbereidde, dwong dat een poging tot dezelfde perfectie af bij de mensen die met hem samenwerkten.

Jos had een intro gecomponeerd, geïnspireerd op een stuk van Jean-Baptiste Lully met een vrolijke paardenhinnik tot slot. Alle lijntjes met degenen die we in de uitzending wilden bellen waren soepel geregeld. Er waren altijd wel een paar live gasten, liep ook altijd op rolletjes. We hadden een half uur, dat is veel als je dat gaat opdelen maar het draaiboek maakte Jos in het begin helemaal uitgeschreven voor mij. We volgden het wel en wee van Jan Timman op zijn tocht naar de wereldtop.

In het clublokaal van ZSC Saende, waar Hans in november 2017 met HSG een competitiewedstrijd speelde, zag hij zichzelf (als presentator met microfoon) terug op een foto uit de tijd van Man en Paard. De simultaangever destijds was Robbie Hartoch. Foto Pascal Losekoot.

Er waren jaren dat we live op bezoek gingen bij schaakverenigingen en dan werd de bijzondere historie verteld en luisterden we naar de verhalen van het oudste en jongste lid of de penningmeester. Na de uitzending speelde ik nog een simultaan met speciaal Man en Paard-notatieformulier. En bij alles voelde ik de liefde en interesse voor de schaaksport van Jos.

Jos zat zelf op een schaakclub en hij had altijd een zwart paardje in zijn zak, mocht de tegenstander in zijn geliefde Albin-tegengambiet trappen (1.d4 d5 2.c4 e5 3.dxe5 d4 4.e3 Lb4+ 5.Ld2 dxe3 6.Lxb4 exf2+ 7.Ke2 fxg1P+ en zwart wint).

Jos was een echte radioman. Hij had al historische programma’s gemaakt als Negen heit de klok, Vivace, Van 12 tot 2 en Cursief.

Toen hij zo rond zijn vijftigste werd gepolst voor een upgrading in positie en salaris in een soort van managersfunctie, was zijn antwoord kort en krachtig: “Dank u, ik maak liever radioprogramma’s’.

Man en Paard betekende 36 weken per jaar met radio bezig zijn. Als ik een toernooi speelde kwam Jos met zijn bandrecordertje naar me toe en nam het een en ander op. Later monteerde hij het tot een logisch lopend programma.

Als het kon dan presenteerden we vanuit studiootjes in den lande. Man en Paard werd een begrip. We hadden meer dan 100.000 luisteraars en dus bleven we bestaan, jaar na jaar.

We speelden een partij tegen alle gevangenen in alle 63 penitentiaire inrichtingen toentertijd, of tegen alle Leden van de Eerste en Tweede Kamer, en in een ander jaar weer tegen een andere bijzondere groep.

Het was niet zozeer die wekelijkse zet, het was meer het verhaal eromheen met een live-interviewtje over het hoe en waarom en waar men zoal mee bezig was.

Schaken was slechts een middel, niet een doel. In het andere halfuur tussen 19.00-20.00 hoorden we programma’s komen en gaan: iets met muziek door Hans van Willigenburg, iets met bloemen door een lieve vrouwenstem en natuurlijk het algemeen sportprogramma GOAL! Ze vielen allemaal af maar Man en Paard bleef door de luistercijfers overeind.

Jos nam in 1982 het initiatief voor de serie Timman-tweekampen. Jan was in de tachtiger jaren een wereldkampioenskandidaat en daarom organiseerde de KRO 10 trainingsmatches over 6 partijen tussen hem en een andere topper in het grote KRO-theater. Daar konden zo’n 500 man in maar de interesse lag veel hoger.

Vanuit het hele land kwamen de schaakliefhebbers kijken en omdat de matches in december werden gehouden wisten we aan de hand van de garderobenummertjes precies hoeveel schaakliefhebbers er per dag waren: zo’n 1500.

Dus regelde Jos op andere verdiepingen allerhande side-events: explicatie, zelf schaken, kunst, boekenstalletjes en nog veel meer. Tussendoor werd voor een schappelijke prijs soep geregeld en gehaktballen. Toen de eigen kantine daar op een bepaald moment problemen mee had, regelde Jos soep en ballen via een plaatselijke horecaboer. Dat probleem is daarna niet meer voorgekomen.

Jos hield zelf niet van feestjes. Dus toen hij 50 werd regelden Martin Vael, de pr-man van Interpolis en goede vriend, en ik een feestje ter ere van Jos achter zijn rug om. Zijn vrouw Gien en twee kinderen zaten in het complot en dezelfde avond van de uitzending zaten de meesten van zijn vele radiovrienden te wachten in de grote achterzaal van Taveerne De Beerendshoeve in Huizen. Meer dan honderd vrienden en vriendinnen.

Maar nu moesten we Jos nog meekrijgen en als Jos iets niet wilde dan was het moeilijk om hem te overreden. Martin belde tijdens de uitzending met de mededeling dat hij toevallig in de buurt was en iets wilde bespreken dat niet kon wachten.

Tijdens een opnamebandje dat liep vroeg Jos via de intercom of ik zin had om na afloop niet zoals gewoonlijk naar café Het Tolhuis (toen nog met biljart) of Het Zwarte Paard (het huidige café Dudok) te gaan maar naar Huizen. “Nou eigenlijk niet maar als Martin dat nou vraagt …”. De grote zaal van De Beerendshoeve  was pikkedonker en stil toen we aankwamen.

Op de parkeerplaats kwamen we Jacques van Kollenburg tegen. “Dat is ook toevallig” zei Jos nog. Toen hij naar binnenstapte gingen alle lichten aan en zongen we hem toe en vond hij het uiteindelijk toch leuk.

Het voelde goed om iets, hoe ietserig ook, terug te doen voor een man waar ik zo veel van heb geleerd en waar ik zo vaak mee heb gelachen.

Hans Böhm