Hoofdstuk 28 – AVRO NK

Onvoorspelbare NK’s – Outsiders grijpen hun kans bij de AVRO

Van 1969 tot en met 1981 werd het Nederlands kampioenschap in Leeuwarden gehouden, met Friesche Vlag als sponsor. Een lange, roemrijke periode, waarin Jan Timman zes keer kampioen werd en Viktor Kortchnoi (1977) en Gert Ligterink (1979) ook memorabele overwinningen behaalden.

In 1982 werd het NK in Amsterdam en Drachten gespeeld en in 1983 kwam het in Hilversum terecht. Sponsor was de AVRO, het toernooi werd ook in de AVRO-studio gespeeld en vanaf 1984 was Philips co-sponsor. Het bedrijf uit Eindhoven had een grote vestiging in Hilversum. Uiteraard zorgde de sponsoring door de omroep voor enige publiciteit. In het bondsblad van 1983 werd melding gemaakt van twee televisie- en negen radio-uitzendingen.

De acht Hilversumse toernooien (tot en met 1990) vormden een tussenperiode in de NK-geschiedenis, voor wat betreft de grote kampioenen. Hein Donner had in 1982 zijn laatste kampioenschap gespeeld, Hans Ree was in dat jaar voor het laatst kampioen geworden. Jan Timman was in 1982 begonnen aan een periode van veertien jaar waarin hij er slechts twee keer bij was en ook Genna Sosonko was lange tijd afwezig. Hun opvolgers Loek van Wely en Ivan Sokolov kwamen pas in de jaren negentig en Jeroen Piket aan het eind van de Hilversumse periode. Daardoor konden de net iets minder grote John van der Wiel en Paul van der Sterren hun slag slaan, alsmede de outsiders Rini Kuijf en Rudy Douven.

Het maakte de kampioenschappen spannend, maar Gert Ligterink verzuchtte in 1985 in de Volkskrant: “Zonder Timman en Sosonko gaat het in Hilversum eigenlijk alleen maar om de vraag wie zich twaalf maanden lang de derde speler van Nederland mag noemen. De winnaar zal misschien niet nagewezen worden, maar niettemin, het zal een titel zonder glans zijn.” Och, voor Kuijf en Douven betekende de eenmalige titel wel degelijk eeuwige roem.

Je zou het ook de Leidse periode kunnen noemen. John van der Wiel behaalde er zijn twee titels en vier van zijn negen tweede plaatsen, Rini Kuijf werd kampioen en drie keer tweede en Jeroen Piket behaalde er de eerste van zijn vier titels.

Timman werd in 1983 kampioen door in elf partijen slechts vier remises af te staan. Kort daarvoor was hij de nummer twee van de wereld. Toen hij een jaar later niet meer meespeelde, was de strijd volkomen open. Van der Wiel won, nadat halverwege ook Peter Scheeren even bovenaan had gestaan. De Eindhovenaar werd samen met Ree tweede. In 1985 stond Ligterink drie ronden voor het einde anderhalf punt los, maar door een dramatische eindsprint moest hij de titel aan Van der Sterren laten. Deze moest een jaar later Van der Wiel weer voor laten gaan.

In 1987 was Timman er weer eens bij, hij stond slechts drie remises af en eindigde twee en een half punt voor op de nummers twee, Sosonko (die er ook eindelijk weer eens bij was) en Van der Wiel. Gesproken werd van het sterkste NK aller tijden. Het toernooi haalde zelfs het NOS-journaal, maar… met debutant Liafbern Riemersma, die vijftig procent scoorde en samen met Ree zesde werd. Hij deed aan hardlopen, wat de journalisten bijzonder vonden. Minze bij de Weg in het bondsblad: “Blijkbaar bestaat er behoefte aan een ander schakersbeeld en is de rokende, drinkende, tot in de nachtelijke uren discussiërende schaker niet meer in tel.”

In 1988 was het dan de eerste outsider die van de afwezigheid van Timman profiteerde. Rudy Douven van het sterke clubteam van Eindhoven (vier jaar daarvoor landskampioen) won zes van zijn elf partijen en bleef een half punt voor op Van der Wiel. Hij had een wat merkwaardige stijl, bekende hij aan Jeroen van den Berg voor het bondsblad: “In rekenen ben ik slecht. Mijn stijl is meer gebaseerd op één zet. Ik zie die zet, nou ja bevalt me wel, denk ik dan. Gevoelsmatig vind ik het wel kloppen, huppalakee, en dan doe ik hem.”

Een jaar later waren Van der Wiel en Piket de grote favorieten. Op een vraag van Hans Böhm in een inleidend tv-programma wie het toernooi zou winnen, dachten ze slim te zijn met het antwoord “in ieder geval een Leidenaar”.

Daarin kregen ze onbedoeld gelijk, Rini Kuijf werd kampioen. Hij verloor twee partijen, maar zijn score van 7 uit 11 bleek toch voldoende. Zijn eigen commentaar: “Ik heb alleen tegen Cuijpers een goede partij gespeeld. Verder heb ik de punten gepakt die ik toegeschoven kreeg.”

Aanvankelijk was het vooral het toernooi van de underdog Albert Blees, die tot ieders verbijstering van start ging met zes uit acht. Een slot van nul uit drie wierp hem terug naar de vierde plaats. Een verslaggever van NRC Handelsblad deed onder de kop ‘Raadselachtige schaker op bergschoenen’ verslag van zijn mislukte poging om de persoon Blees te ontrafelen.
Het laatste NK in Hilversum (1990) luidde een nieuwe periode in, waarin outsiders geen kans meer kregen. Jeroen Piket werd met zijn 21 jaar een van de jongste kampioenen uit de geschiedenis. Na het vertrek uit Hilversum werd hij nog drie keer kampioen, een paar jaar later was Loek van Wely zes jaar op rij genadeloos.

Johan Hut