Interview Cees Punter

‘Dat kan toch niet’ – Cees Punter: schakende politieman

Geboren in 1964 in het Friese Sybrandaburen. Later verhuisd naar Wommels alwaar hij op jonge leeftijd begon met het (in Friesland) wereldberoemde kaatsen. Hij was nog niet begonnen, of hij won meteen met zijn partner de eerste prijs! Dertien jaar heeft hij op het hoogste niveau gespeeld, maar is op 29-jarige leeftijd gestopt, omdat hij in 1983 naar de politieacademie ging.

Daarna ontwikkelde zijn carrière bij de Hermandad zich razendsnel: zoals zovele aankomende wetsdienaars liep hij stage in Hilversum. In 1987 is hij begonnen als inspecteur. Veertien jaar zat hij bij de ME, waar hij als pelotonscommandant nauw betrokken was bij de Bijlmerramp, de vuurwerkramp in Enschede en vele rellen bij voetbalwedstrijden (‘complete veldslagen’). Ook betrokken bij EU-toppen. Kortom, hij heeft zo’n beetje alles gedaan bij de politie wat maar mogelijk is. Nu is hij chef van de beleids- en controleafdeling Flevoland en Gooi en Vechtstreek.
Daarnaast is hij negen jaar diaken geweest van een protestantse kerk.

Wat heb jij eigenlijk met het schaakspel?
Voor mij is het pure ontspanning. Ik heb werkweken van zestig tot zeventig uur, dus als ik maar enigszins kan, ga ik achter het bord.

Hoe oud was je dan toen je begon?
Nou al voordat ik zo hard werkte, hoor. Op de basisschool al.

Werkte je toen niet zo hard dan?
Tuurlijk wel. Ik was gewoon een zeer gedreven schaker. Op een gegeven moment ben ik lid geworden van de schaakclub Lege Geaen.

Net zo’n talent als met het kaatsen?
Op mijn negentiende was ik kampioen van Lege Geaen. Ik speelde toen nog samen met Wieb Zagema (Cees laat me de foto’s uit die tijd zien, waarop inderdaad duidelijk Zagema te herkennen is). Helaas moest ik stoppen toen ik op de politieacademie kwam.

Wanneer ben je dan weer begonnen?
Ik kwam in Hilversum te wonen en ik miste het schaken. In 1988 ben ik lid geworden. Natuurlijk speelde ik door mijn werk niet al te vaak, dus het niveau nam zienderogen af. De laatste tijd kan ik weer wat meer spelen en ben ik weer wat beter geworden.

Jij bent bijna berucht om je onorthodoxe speelstijl/openingskeuze. Hoe zit dat?
In het Siciliaans is h7-h5 mijn sleutelzet. Op de club weet iedereen dat, maar extern niet. Het is alleen al leuk om die verbaasde gezichten te zien. Ik deed dat al toen ik tien jaar was!

Dan mag je jezelf intussen wel een expert noemen…
Ja, ik heb inderdaad alle stellingstypen die uit die zet kunnen ontstaan wel uitgediept. Dat heb ik destijds uitgezocht op de prehistorische computer van mijn vader. Zo eentje dat als je een stuk neerzet er op dat veld een lichtje gaat branden. Gewoon elke mogelijke  riposte uitvoeren op dat computerbord en dan kijken hoe er gereageerd werd. Op een gegeven moment kwam er steeds dezelfde zet uit. Voilà! Dit hoort inmiddels bij me, dus ik blijf het gewoon spelen.

Wat was eigenlijk je mooiste partij?
Toch wel mijn overwinning op Kees Nagtegaal. Inderdaad, ook weer met h5. Logische zet tegen een speler van dat kaliber, want als je gewoon theorie gaat spelen weet je zeker dat je er af gaat. Ook een  partij tegen SOPSWEPS, toen ik van Tom Bottema won. Natuurlijk speelde ik weer h5, waarop Bottema star verbaasd achterover leunde onder de uitroep: ‘Dat kan toch niet!?’

Je zou er een boek over moeten schrijven. Lees je veel schaakboeken?
Wel veel gedaan.

Van wie?
Vooral van John Nunn. Is ook wel mijn favoriete schaker. Die is echt een meester in de Benoni. Eigenlijk is die opening de basis van mijn schaakstijl.

Wat valt je op als je op een clubavond  om je heen kijkt?
Om te beginnen zijn er altijd mensen die gewoon komen om te winnen. Dan heb je nog een aantal andere groepjes.

Zoals niet-winnaars?
Nou nee, iedereen wil natuurlijk eigenlijk wel winnen, maar ik heb het meer over de gezelligheidstypes. De rokers en drinkers. Die zijn gewoon een avondje uit en komen puur voor de ontspanning.

De onderbondkrukken…
Dat is een niet te onderschatten groep. Het grootste deel van alle schaakclubs bestaat uit onderbondschakers. Zonder hen geen club. Als die stoppen, is de club echt weg. Ik heb samen met wat andere clubleden ook een gezelligheidsteam opgericht waarmee we extern wilden spelen. We waren het zat dat leden van externe teams na een partij gewoon vertrokken. Hoezo betrokkenheid! We hebben jaren met heel veel plezier samengespeeld. Het is nu een beetje uit elkaar, omdat er teamleden stopten of gingen verhuizen.

Is deze club een doorsnede van de samenleving?
Ja, behalve allochtonen zijn alle geledingen wel zo’n beetje vertegenwoordigd. Er is geen onderscheid tussen rijk/arm etc.

Noem eens een paar clubleden die, om wat voor reden dan ook, indruk op je gemaakt hebben.
Nou eigenlijk alle mensen uit dat genoemde vriendenteam, zoals Wim Sliep, Fred van Rooijen, Jan Stomphorst, Aad van der Spek, Cees Mols. Afgezien van hen, had ik veel respect voor Jan Kraayeveld.

De man van de…
…toenmalige burgemeester, ja. Ik zal niet in details treden, maar sommige clubleden deden dingen naar andere mensen die niet helemaal, laat ik zeggen ‘kies’ waren.

Vertel…
Nee, dat ga ik niet doen, maar hij ging wel vierkant voor die mensen staan.

Hoe zie je de toekomst van het HSG, gaan we het nog 125 jaar uithouden?
Wel als gewone schaakclub, maar dan als  kleine club. Dat is helaas ook het landelijke beeld.

Hoezo?
Om te beginnen gaat de jeugd uitwaaieren. Je kunt wel een leuke jeugdafdeling hebben – heel belangrijk natuurlijk en alle respect voor de clubleden die daar ontzettend veel vrije tijd in stoppen – maar ze gaan een keer studeren en dan waaieren ze uit.

Kunnen we daar niets tegen doen, heb je ideeën?
Misschien zouden we die uitgewaaierde leden wat meer moeten volgen. Op een gegeven moment zijn ze uitgestudeerd. Vaak komen ze dan weer in de buurt wonen. Nodig ze weer eens een keertje uit, laat ze iemand meenemen.

Heb je nog meer tips?
Ja, de club, het bestuur zou de leden wat meer in de gaten moeten houden. Zo zijn er mensen die al 25 of 40 jaar lid zijn van de bond. Dat is dus een speldje, maar dat moet dan wel bij de bond aangezwengeld worden. Er zijn echt veel clubleden die zo’n speldje verdienen en er ook echt prijs op stellen.

Zijn er ook schakers op de club waar je liever niet tegen speelt?
Misschien een beetje raar, maar dat is inderdaad zo. Het gaat hier om een fantastische man, namelijk Han van Leeuwen. Kijk, ik hou van aanvallen en rare zetten, maar zodra ik aanval, ruilt hij gewoon alles af. Dat wordt dus meestal remise, of ik moet echt willen winnen.

Dan verlies je dus…
Juist. Forceren hè.

Oké Cees. Dan heb ik hier nog een diagrammetje voor je. Tactische stelling, dus spekkie naar je bekkie. Een beetje grootmeester ziet dat binnen een minuut. Aan u de eer.

Cees deed er precies zes minuten over.

Interviewer: Huib Jochems