Interview Ellie Fluitsma

Vertel eens kort over jezelf.

Wel, ik ben 61 jaren oud en sinds anderhalf jaar met pensioen. Ik werkte op de Effectenbeurs bij het beursexploitatiebedrijf, later bij het pensioenfonds van de beurs. Daar moest ik afvloeien. Van huis uit ben ik eigenlijk een boekhouder.  Ik ben nog zo’n ouderwetse ‘stapelaar’: eerst mavo en dan steeds hogerop.

Hoe lang ben je eigenlijk al bezig met schaken?

Dat kun je eigenlijk verdelen in twee periodes: In 2001 leerde ik Johan (Lindeman) kennen en hij heeft mij het spel geleerd. Ik ben toen begonnen met stap 1, maar die stappenboekjes zijn eigenlijk niets voor mij. Toen begon het HSG met cursussen voor dames. Onder de bezielende leiding van Judith (van Amerongen) ben ik echt begonnen met schaken. Dat is nu zo’n drie jaar geleden. Dit jaar dacht ik: ‘wat ga ik er nu eigenlijk mee doen? Waar is dit goed voor?’ Het antwoord lag eigenlijk voor het oprapen. Het is een goede stimulans voor mijn geest. Plus: het zijn allemaal leuke dames. Het is dus ook heel gezellig. Ik zie het maar als een soort investering voor later. Het houdt mijn geest scherp, dus dit moet ik blijven doen.

Ellie heeft Kh1 met Dame en Loper mat gezet. De uitgestoken felicitatiehand komt haar kant op.

Als je aan vrienden/vriendinnen vertelt dat je schaakt, hoe wordt daar dan op gereageerd?

Heel divers, reacties als: “oh, dat is toch heel erg moeilijk”, tot: “oh, dat wil ik ook wel”.  Natuurlijk ook voor de hand liggende reacties als “Oh, dan kunnen jullie gezellig samen schaken…”.  Maar ja, ik heb mijn tijd ook nodig voor allerlei andere dingen. Ik doe veel aan veldbiologie, ook als vrijwilliger, en dat kost heel veel tijd.

Clubschakers zijn nogal verschillend. Er wordt vaak gedacht dat het saaie mensen zijn etc, of vind jij van niet?

Ze zijn allemaal een beetje gek. Ik kwam bijvoorbeeld een schaker tegen – die inderdaad een beetje apart is –  en die zei: ‘het is fijn om eens tussen mensen te verkeren die een beetje normaal zijn…’ Mijn reactie was: waar zie je die dan…?

Wat vind je van de club? Vind je het leuk om lid te zijn?

Ja, heel leuk. In het begin dacht ik: oh mijn God, alleen maar mannen. Weten ze wel hoe vrouwen eruit zien? In het begin werd er wel een beetje vreemd naar mij gekeken, maar nu is iedereen er wel aan gewend. Ik kwam zelf uit een mannenmaatschappij – de pensioenwereld bestond vroeger bijna louter uit mannen –  dus ik was dit op mijn beurt ook gewend.

Vind je dat je beter wordt?

Zeker! Dat heeft ook te maken met de lessen van Judith. Die stappenboekjes zeggen me, zoals gezegd, niet zoveel. Maar Johan had DE oplossing: hij had nog dat boek van Berry Withuis. ‘Jeugdschaak’. Dat was voor mij echt een eyeopener. Het gekke is dat ik eigenlijk een bloedhekel aan spelletjes heb, maar schaken is eigenlijk een soort oorlog op het bord en daar hou ik wel van.

Blijf je nog lang lid?

Dat weet ik niet, maar bij de meeste verenigingen waar ik lid ben, ben ik niet weg te slaan. Dus…

Tot slot een quote: “Vrouwen kunnen niet schaken (Donner)”. Vind je zo’n uitspraak in de categorie ‘MeToo’ horen?

Nou nee. Deze quote moet je in de tijd zetten. Dat hele ‘Me Too’ gebeuren, daar heb ik niet zoveel mee. Zo’n quote wordt eigenlijk meteen ontzenuwd: dat er zo weinig vrouwen aan de schaaktop zitten, komt gewoon omdat er relatief weinig vrouwen schaken. Als er meer vrouwen gaan schaken, komen er meer betere schaaksters.

Huib Jochems