Op zoek naar schakers in India

Blik vanuit een minaret van de Jama Mashid of Vrijdagmoskee in Delhi

Door Mirko Lukács

Het stond al lang op onze verlanglijst: een grote reis naar India maken. Marta en ik houden van verre reizen naar hele andere culturen en omgevingen. In Azië waren we nog nooit verder gekomen dan Thailand, ergens rond 1995. Met de Thai, die naar toeristen nogal gesloten zijn, kregen we maar weinig contact, maar het eten – op het laatst durfden we dat ook op straat – was voortreffelijk. Toch zou Azië meer te bieden moeten hebben, vonden wij.

India spreekt ons om andere redenen ook aan. Marta heeft toen ze 17 was Moeder Teresa ontmoet op haar katholieke gymnasium in Boedapest. Dat was nog in de tijd van het communisme. Moeder Theresa opende daar toen een moederhuis en dat gebeurde een beetje stiekem, want communisten houden niet zo van gelovigen. Marta ging haar toen met een klein groepje van haar klas verwelkomen op het vliegveld. Later, bij een bezoek aan haar school, liep Moeder Teresa recht op haar af, pakte haar handen vast en keek haar heel indringend aan. Dat heeft een verpletterende indruk op Marta gemaakt, en vanaf dat moment wist ze dat ze ooit nog eens de Teresa zusters in Calcutta wilde gaan bezoeken.

Ja beste schaakvrienden, jullie raden natuurlijk al welk extra aspect mij ook trekt in India.  Met  bijna 1,5 miljard inwoners is het het grootste schaakland ter wereld. Het land van Viswanathan Anand, van Anish Giri, van Tata Steel Chess en van al die Indiase kinderen op onze schaakclub!  Ik zag al voor mij hoe ik op elke straathoek in India supertalenten zou zien schaken en daar zelf, met een vriendelijk aangeboden kop warme melkthee tegenover plaats zou mogen nemen…

Onze reis begon in de grote steden in het noorden van India. We waren geland in Delhi en daarna met de trein gereisd naar Varanasi, Darjeeling en Calcutta. In Delhi zag ik geen enkele schaker, noch bord, noch schaakstuk. In Varanasi, de heilige hoofdstad van India aan de Ganges, groeide mijn hoop een beetje, toen ik het vele hout zag dat daar gebruikt wordt voor de rituele crematies op houtstapels aan de Ganges. Wellicht dat ze daar iets hebben met hout en houten schaakstukken? En jawel. Tussen de hevig rokende vuurstapels met verkolende lichamen liep een jongeman rond die kleine handgemaakte schaakbordjes in kokosnootdoppen aanbood. Een beetje teleurstellend qua schaakleven, naar toch een begin, dacht ik zo.

In Darjeeling, in het hoge noorden aan de voet van de Himalaya, hebben we heerlijk genoten van het zicht op de hoogste bergtoppen ter wereld, de heldere frisse lucht en de beroemde op steile hellingen gelegen theeplantages. Maar ook daar geen spoor te bekennen van het rijke Indiase schaakleven. Bestaat dat eigenlijk wel?

De volgende bestemming en laatste grote stad (met 17 miljoen inwoners) die wij daar aandeden was Calcutta. De eerdere grote steden waren al krankzinnig wat betreft verkeer, razende en toeterende Tuktuks, motoren, oude rammelauto’s, TATA vrachtwagens en bussen, maar Calcutta spant de kroon. Je maakt nog betere kansen de top van de Mount Everest te bereiken dan hier de brede weg over te steken. Het is ook één van de meest vervuilde steden ter wereld. Alles ziet er vervallen, vies en armoedig uit. Maar wat een kleurrijk straatleven, prachtige vervallen koloniale gebouwen en wat een mooie, oprechte, open, nieuwsgierige en gastvrije bewoners! En natuurlijk is het de stad waar Moeder Teresa de armen, zieken en kreupelen hielp. De opvanghuizen die ze daar heeft opgericht zijn er nog steeds en in vol bedrijf. Wij hebben die kunnen opsporen en mochten daar ook naar binnen. We werden ontvangen door een net zo een kleine zuster als Moeder Teresa, die daar, hoe klein ze ook was, de vaak ernstig zieke en verzwakte bewoners en de vele vrijwilligers met strakke hand aanstuurde. Zij wees ons op een man die die ochtend – vel over bot – was binnengedragen en die daar op een oude brancard onder liefdevolle begeleiding van de zusters zijn laatste adem mocht uitblazen. Ook waren we bij de zondagsdienst om zes uur ’s ochtends in het huis waar de zusters wonen. Aansluitend werden we uitgenodigd bij het ontbijt van de vele vrijwilligers uit alle windstreken ter wereld, die daar vaak tijdelijk werken uit innerlijke roeping. Dit maakte op mij net zo’n diepe indruk als op Marta, die al een beetje wist wat zij hier zou aantreffen.

Maar de schakers dan? Behalve de vele bussen met groot het TATA-logo erop kon ik niets ontdekken dat ook maar enigszins met schaken te maken heeft. Tot ik op Google Maps keek wat er in de omgeving van onze ‘Rooftop Owl’s Nest’ Airbnb te vinden was. Daar zag ik ineens staan: ‘Calcutta Chess Academy’, en wel bij ons op de hoek!  Vanuit ons rooftopterras duidelijk te herkennen als een groot, hoog en wit gebouw. Ik ben daar meteen naar toe gelopen, ging naar binnen en sprak daar een leraar die me zei dat er op diezelfde zondagmiddag om half zes de schaaktrainingen voor de jeugd zouden beginnen. Yes!!! Marta bleef lekker op ons boventerras uitrusten, terwijl ik mij om half zes weer meldde in de Calcutta Chess Academy. Een groot gebouw van meerdere verdiepingen met een grote binnenhal met uitzicht op de verdiepinggalerijen met daaraan tientallen leslokalen. In die lokalen niet meer dan houten bankjes en een krijtbord. Terwijl de “pupils” nog in de hal rondliepen, stonden de trainers bijeen in een benedenlokaal. 

Ik introduceerde mij daar als “a chessplayer from Holland who knows Anish Giri and with a lot of Indian pupils in our own chessclub in the city of Hilversum”. Sowieso heb je als blanke westerling meteen de aandacht van de Indiërs en willen ze samen met jou op een ‘selfie’, maar met deze introductie had ik al helemaal hun aandacht. Dus werd er ook meteen een selfie gearrangeerd met het aanwezige trainersteam. Er zat één heel streng kijkende teacher tussen, waarnaar werd verwezen als een FIDE-meester. Deze sprak geen woord, maar keek mij wel zeer bedenkelijk aan toen ik vertelde dat mijn  rating “around 1800” was. Ik voelde mij weer even terug op school als de strenge leraar Latijn mij weer eens een proefwerk met een dikke onvoldoende terug gaf. Gelukkig mocht ik mee naar de klas van een jongere, wat vriendelijker ogende teacher met een “middle group class of around 1500”. 

De jeugdtrainers van de Calcutta Chess Academy met de strenge FIDE-meester en de vriendelijke middengroeptrainer

De les met circa 12 jongens en 1 meisje begon meteen met het oplossen van enkele eindspelstellingen, waaronder koning met ver opgeschoven vrijpion tegen koning en toren. De meeste kinderen concludeerden na 5 minuten terecht dat dit voor de witspeler aan zet remise te houden is. Ook werd de Siciliaanse opening besproken met één jongetje dat voortdurend zijn hand opstak met wat volgens hem de beste voortzetting was. Meestal klopte dat ook. Aan het einde mochten ze vrij partijtjes tegen elkaar gaan spelen. Maar voordat ze dat deden vroeg de teacher mij of ik iets over “chess in Holland” wilde vertellen aan de klas. Natuurlijk deed ik dat en vertelde de anekdote over Anish Giri, die in 2008 als 14-jarige jongen mee wilde doen aan het HSG Open. Giri was op dat moment nog nauwelijks bekend en zijn vader had tevoren heel bescheiden naar de toernooidirecteur (Henk Cornelissen) gebeld of zijn zoon mee zou mogen doen in de groep met de grootmeesters. Dat werd goed bevonden en Giri heeft toen als schuchter knaapje zeker twee GMs weten te verslaan. Hiermee was hij weer een belangrijke stap dichter bij een GM-norm voor hem zelf. Ook vertelde ik dat Giri tien jaar later op het Tata Steel Chess toernooi met 9 uit 13 gelijk eindigde met Magnus Carlsen en alleen in de blitz tiebreak daarna Carlsen alsnog de hand moest schudden.

Eindspelopgaven en de bespreking van de Siciliaanse opening

De pupils van de Calcutta Chess Academy die daar nu tegenover mij zaten hadden muisstil toegeluisterd. Iedereen kende Giri als groot voorbeeld. Ook de 14-jarige jongen in rode trui en met een indrukwekkend grote bril die links vooraan zat en door de teacher was aangewezen als “the strongest of this class”. Of ik een partijtje tegen hem wilde spelen? Ondanks de eerdere priemende blikken van de FIDE-master durfde ik dat toch wel aan. Op een klein bordje, schuin geplaatst op de rand van de schoolbank  opende deze Anish de Tweede rustig in het Spaans. Maar al snel daarna stormde hij vrij ongebruikelijk in deze opening zowel met zijn d-, e- als f-pion naar voren, terwijl ik mijn koning nog niet gerokeerd had. Oeps, dat was meteen oppassen geblazen. Ik wist die aanval maar net te pareren en kwam een door hem gevaarlijk geofferde pion voor te staan. Het mondde uit in een boeiend torenpionnen eindspel, waarbij hij één ver doorgeschoven g-pion had tegenover drie verbonden vrijpionnen van mij die nog een heel eind moesten lopen. Mijn voorzichtige inschatting was dat ik dit wel zou kunnen winnen. Ondertussen stonden zowel de teacher als de meeste van de pupils om ons heen om de afloop van deze Holland-India partij van dichtbij te kunnen volgen.

Anish de Tweede speelde het eindspel echter ijzersterk en wist uiteindelijk mijn enig overgebleven vrijpion op de b-lijn en mijn koning zo klem te zetten, dat ik niet meer met winst kon promoveren. Ik bood hem remise aan, die hij gretig aan nam. 

Mirko in zware strijd met Anish de Tweede

De meeste andere klassen waren nu ook afgelopen, te horen aan het geroezemoes in de aula. Daarbij viel het mij op dat deze kinderen zich een stuk rustiger en gehoorzamer lijken te gedragen dan wat ik zie als ik op donderdagavond op onze club aankom. Dan moet ik met mijn fiets kunstig door de wild rennende en voetballende Indiase kinderen heen slalommen en is het ook nog een kunst door de druk pratende en nietsontziende uitstroom van de Indiase jeugd en ouders naar binnen te komen. Onze jeugdleider Frits Wagenvoorde vroeg mij daarom ook voor vertrek “Waarom ga je helemaal naar India? Wij hebben hier elke donderdag India over de vloer”. 

Bij mijn vertrek uit de Chess Academy heb ik nog email-adressen uitgewisseld met de teachers en geopperd dat wij mogelijk een “Online Hilversum- Cakcutta Youth Chess Match” zouden kunnen organiseren. Daarop werd heftig geknikt, maar ook terecht opgemerkt dat dat met alleen krijtborden in de lokalen een uitdaging zou worden. Nu is India naast een schaakland ook een ICT-land (vooral in Bangalore), dus wie weet. Met veel égards wederzijds nam ik afscheid en kreeg een – kennelijk in de tussentijd gehaald – kleurig gestrikt doosje mee met Indiase delicatessekoekjes.

Dit was een onvergetelijke ervaring  die ik daarom via deze weg graag met jullie deel. Marta had haar Teresa zusters gevonden en ik de schakers van de Calcutta Chess Academy. Maar India heeft nog veel en veel meer te bieden. Elke nieuwe stad die we aandeden had weer een heel eigen karakter en kleur met één constante: de Indiërs zijn met hun 1,5 miljard bij elkaar een bijzonder open, gastvrij, nieuwsgierig, ondernemend en pienter volk, waar wij naast het schaken en het staal van Tata de komende jaren nog veel van zullen horen.

Mirko Lukács

Vanuit Kochi in India

26 november 2025

Mirko ontdekt vanaf zijn rooftop Airbnb de Calcutta Chess Academy

N.B. van Thomas: Ik heb een kaartje toegevoegd. Mirko gaat nog naar Thekkaddy en Varkala

9 gedachten over “Op zoek naar schakers in India”

  1. Met grote dank aan Thomas, die mijn in mijn mobieltje ingetypte teksten en losse foto’s met eindredactioneel toverwerk mooi heeft kunnen publiceren. Namestee 🙏

    1. Voor de oplettende lezers: het is niet helemaal correct Anish Giri als ‘een Indiase schaker’ te beschouwen. Zijn grootmoeder is Indiaas, zijn vader Nepalees en zijn moeder Russisch. En Anish is niet in India maar in het Russische Sint Petersburg geboren. Gelukkig is hij nu volop onze Nederlandse schaaktrots.

  2. ..en waar ik op het kaartje Afghanistan heb gezet dat moet zijn Pakistan stop de tijd en ik wil geen jokers inzetten

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *