Reuzen in De Witte Bergen

HSG wordt op eigen feestje nummer vier van Europa

De Europacup voor clubteams is de laatste jaren een groot open toernooi met uit elk land diverse teams. In 1993 was dat nog niet zo. De finale werd gespeeld tussen acht ploegen en aan de voorronden mocht uit de meeste landen (waaronder Nederland) alleen de kampioen meedoen. Omdat HSG dat steeds maar niet werd, bedacht het een sluiproute. De organisator van de finale mocht zelf ook meedoen!

HSG organiseerde de finale in De Witte Bergen, een wegrestaurant van Van der Valk langs de A1 bij Hilversum, officieel op grondgebied van de gemeente Eemnes. De voorwedstrijden werden in de voorafgaande weken in zeven steden gespeeld. De Nederlandse kampioen Rotterdam  (Piket, Kortchnoi, Speelman, Van der Wiel) werd verrassend uitgeschakeld door het op papier minder sterke SK Rochaden Stockholm.

Een andere opvallende afvaller was Bayern München (Hübner, Joesoepov, Ribli, Hjartarsson), dat werd gewipt door Merkur Graz uit Oostenrijk, dat zelf ook de finale niet haalde. Wim van der Wijk in de Gooi- en Eemlander: “Op zich is het natuurlijk best wel grappig dat het evenement, na de voorronden in zeven Europese hoofdsteden, zijn bekroning krijgt aan de snelweg langs Eemnes.”

Topfavoriet was Lyon Oyonnax, dat Anand, Kramnik, Salov, Lautier en Andersson in de gelederen had. Frankrijk had op dat moment de sterkste clubcompetitie in Europa. Het reglement schreef echter voor dat per team (zestal) slechts twee buitenlanders mochten worden opgesteld. Kasparov, die bij La Dame Blanche uit Auxerre speelde, kon ook niet meedoen. De Europacup werd namelijk onder de vlag van de FIDE gespeeld en daar had de wereldkampioen net mee gebroken. De kersverse wereldkampioen van de FIDE, Anatoli Karpov, was met zijn team Winterthur Wien de voornaamste gast. Hij arriveerde echter pas op zaterdag en de eerste ronde werd vrijdagavond gespeeld. Gelukje voor HSG, dat Wien in de eerste ronde trof. Nou ja, geluk? Het is natuurlijk ook wel mooi om tegen Karpov te spelen.

Judit Polgar en Lev Poloegajevski voerden het HSG-team aan. Tegen Popovic en Mokry kwamen ze teleurstellend niet verder dan remise. Paul van der Sterren, Friso Nijboer en Joris Brenninkmeijer wonnen hun partij echter, waardoor HSG met 4-2 naar de halve finale ging. Voor die halve finale lootte HSG de zwaarste tegenstander: Lyon. Het werd een walk-over voor de Fransen. Poloegajevski speelde knap remise tegen Anand en Paul Boersma tegen Sharif, maar Polgar verloor aan het topbord van Lautier en met 1-5 liet de uitslag niets aan duidelijkheid te wensen over.

De strijd om de derde en vierde plaats verliep nog erger, HSG verloor met 0,5-5,5 van Bosna Sarajevo. Bij de Bosniërs speelden Predrag Nikolic, zijn broer Nebojsa en Ivan Sokolov mee, zij hadden zich vanwege de oorlog in Joegoslavië een jaar eerder in Oegstgeest gevestigd.

Lyon won de finale met 4-2 van Honved Boedapest en won dus zoals verwacht de Europacup. En hoe verging het Karpov? Zijn vlucht uit Moskou was vertraagd en hij landde tien minuten voor aanvang van de tweede ronde op Schiphol. Pieter Cordia, een medewerker van Joop van Oosterom, bracht hem in twintig minuten bij De Witte Bergen!

Sportverslaggever Bert-Jan van Oel in de Gooi- en Eemlander: “Omdat de tweede ronde zo’n beetje begon toen Karpovs toestel de grond van Schiphol toucheerde, nam de organisatie geen halve maatregelen. De wereldkampioen werd uit het vliegtuig geplukt en zat binnen drie minuten, zonder enige douaneformaliteiten, in een snelle wagen. De rit Schiphol-Witte Bergen duurde zeventien minuten, waarna Karpov zonder met de ogen te knipperen direct plaatsnam achter het bord. Hij won toen ook nog bijna van Goerevitsj. Een dag later wordt duidelijk hoe ontzettend moe Karpov moet zijn. Weliswaar wint hij zijn partij tegen de Zweed Ekström binnen drie uur, maar hij blijkt al die tijd in de veronderstelling te hebben verkeerd tegen Karlsson te schaken. Bovendien vult hij, enigszins versuft, op het wedstrijdformulier een remise in.”

De partij tegen Goerevitsj werd remise, Karpovs team Winterthur Wien werd zevende. Elders in dit boek is te lezen hoe de jonge Van Oel alle andere media aftroefde en als enige een interview met Karpov wist te regelen.
De organisatie van de Europacupfinale was in handen van HSG, met Jan Stomphorst voorop, met hulp van Pieter Cordia. Eric van der Schilden had elektronische borden geïnstalleerd, zodat in de publieksruimte iedere ronde acht partijen op videoschermen waren te volgen. In 1993 was dat nog een bijzonderheid. Van der Schilden, die ook actief was bij het Interpolistoernooi in Tilburg, was een pionier op dat gebied. Geurt Gijsen was arbiter, Jeroen van den Berg deed de persdienst.

Door het gehanteerde knock-outsysteem werd HSG, dat door de eerste overwinning tot de laatste vier doordrong, de nummer vier van Europa, met slechts 5,5 bordpunten uit 18 partijen. Belangrijk was dat natuurlijk niet, HSG had een mooi schaakfeest georganiseerd.

Johan Hut